|
|
Ondanks een
goede verzorging kan uw Markiesje ziek worden of gewond raken.
In de onderstaande items vindt u informatie over diverse (acute)
medische problemen.
WAARSCHUWING
Uiteraard dient u bij gezondheidsproblemen uw Markiesje
altijd te laten onderzoeken door uw dierenarts of bij twijfel deze te
raadplegen.
|
|
Anaalklieren |
|
 |
Uw Markiesje heeft bij de anus
twee kliertjes (“anaalzakjes”) die een sterk geurende inhoud (“anaalklierproduct”)
hebben; dit heeft een functie bij onderling contact tussen honden.
Als uw Markiesje last heeft
“overvulde” anaalklieren in de vorm van jeuk – dit uit zich o.a. door het
zogenaamde “sleetje rijden” (de hond schuift hierbij met het achterwerk over
de grond) – is het nodig om deze door uw dierenarts te laten legen.
Een handige eigenaar kan ook zelf de anaalklieren legen; vraag uw dierenarts
het gerust om eens voor te doen.
Aan
weerszijden van de anus - "op 4 en 8 uur" - liggen de afvoerkanaaltjes van
de klieren en terzijde daarvan - iets naar beneden gericht - zijn overvulde
anaalklieren als bolletjes te voelen. Als rechts en links van de bolletjes
een duim en wijsvinger geplaatst worden, en daarna de bolletjes tegen elkaar
gedrukt worden, komt de inhoud via de afvoerkanaaltjes naar buiten. Het is
verstandig om de (stinkende) inhoud dichtbij de anus met keukenrolpapier of
een tissue op te vangen.
|
|
|
Braken |
|
 |
Als uw Markiesje last van zijn
maag heeft is het normaal dat hij zo nu en dan gras eet en dit vervolgens
weer uitbraakt; het eten van gras wekt overgeven op waardoor de hond zijn
maaginhoud kan kwijtraken.
Geeft uw Markiesje vaak en
hevig over dan kan dit diverse oorzaken hebben zoals wormen,
stofwisselingsstoornis, infectieziekte of vergiftiging. Het is raadzaam om
in een dergelijk geval contact op te nemen met uw eigen dierenarts.
|
|
|
Castratie - reu |
|
Een castratie heeft soms een
medische reden, zoals prostaatklachten of tumoren, maar over het algemeen
een praktische reden en dan met name het gedrag van de reu.
Als u een castratie overweegt
moet u beseffen dat de operatie onomkeerbaar is. Neem daarom van tevoren
contact op met de fokker van uw Markiesje danwel de F.A.C. (Fokadviescomissie)
van de Ver. voor Liefhebbers van het Markiesje voor overleg.
|
|
 |
Over het algemeen zult u uw
reu ’s morgens naar uw dierenarts moeten brengen en dient de hond nuchter te
zijn. Allereerst zal uw dierenarts, o.a. door het luisteren naar het hart,
controleren of uw Markiesje in goede gezondheid verkeert. Ook wordt hij
gewogen omdat naar aanleiding van zijn gewicht de hoeveelheid narcosemiddel
bepaald wordt.
Als uw reu onder narcose is
wordt eerst wat vacht weggeschoren op de plek tussen de penis en het scrotum
waarna dit gebied ontsmet wordt. Hierna wordt een kleine incisie gemaakt
waardoor de testikels naar buiten worden gedrukt. Vervolgens worden de
zaadleiders en bloedvaten afgebonden waarna de testikels – inclusief de
bijballen – verwijderd worden. De incisie wordt hierna met enkele hechtingen
gesloten die na ongeveer 10 dagen door uw dierenarts verwijderd worden.
De dag van de operatie zal uw
Markiesje nog wat suffig kunnen zijn. U dient er wel op te letten dat uw reu
niet te vaak aan de wond gaat likken omdat deze anders kan gaan ontsteken of
dat uw Markiesje het “borduurwerk” van uw dierenarts niet zelf gaat
verwijderen. U kunt hem het beste een T-shirtje aantrekken of een kraag dan
wel "moon collar" bij
uw dierenarts ophalen.
Door de castratie veranderd de
stofwisseling van uw reu waardoor deze minder energie verbruikt en u op het
gewicht van uw Markiesje moet letten. Ook kan de castratie de vachtstructuur
van uw hond veranderen waardoor deze moeilijker te onderhouden is (dikker en
krulleriger).
|
|
|
Demodex - 'jeugdschurft' |
|
 |
Demodex wordt veroorzaakt door in grote
aantallen in de huid aanwezige mijten (spinachtige kleine beestje die alleen
onder de microscoop zichtbaar zijn).
Demodex, ook wel “jeugdschurft” genoemd, komt
voor bij honden die onvoldoende weerstand hebben en dit uit zich in
kaalheid, vooral op de kop rond de ogen, bij een milde vorm. In een ernstige
vorm is er, naast de kaalheid, ook een huidontsteking over het hele lichaam;
deze vorm is moeilijk en soms helemaal niet te bestrijden.
|
|
|
Diarree |
|
 |
Diarree is een symptoom van
een verstoorde darmwerking. Indien de ontlasting van uw Markiesje zacht of
waterig is, kan dit diverse oorzaken hebben, zoals wormen, eten van bedorven
voedsel, een infectie opgedaan door het snuffelen aan de ontlasting van
andere honden of een verandering van voer. Afhankelijk van het ziektebeeld
is het bij diarree wel of niet nodig met uw Markiesje naar uw dierenarts te
gaan.
Blijft uw Markiesje levendig
en braakt hij niet, dan is het verantwoord om het enkele dagen aan te zien
en het hondje licht verteerbaar voedsel te geven in kleine hoeveelheden
zoals bijvoorbeeld wat gekookte kip. Blijft de diarree langer dan drie dagen
aanhouden, dan is het beter om even met uw Markiesje naar uw
dierenarts te gaan.
Gaat de diarree gepaard met
braken, heeft uw hondje koorts, is hij lusteloos of zit er bloed bij de
ontlasting, ga dan zo snel mogelijk naar uw dierenarts; wacht er niet te
lang mee!
|
|
|
Echo |
|
 |
Om te kijken of uw Markiesje drachtig is, bestaat de mogelijkheid tot het
maken van een zogenaamde “dracht echo” door uw dierenarts.
Het echo onderzoek maakt gebruik van ultrasone geluidsgolven die niet
schadelijk zijn voor de ongeboren pups. Het maken van een echo is niet
pijnlijk voor uw teef, een weinig behaarde buik hoeft in de meeste gevallen
niet geschoren te worden en als eigenaar kunt u er gewoon bij blijven.
Of uw teefje drachtig is kan met een echo bepaald worden vanaf 30 dagen na
de laatste dekking. Eenmaal drachtig betekent overigens niet altijd dat
levende pups geboren zullen worden want de dracht kan door vele oorzaken op
elk moment worden afgebroken. De betrouwbaarheid van een
drachtigheidsonderzoek met een echografie bedraagt circa 94%.
|
|
|
Euthanasie |
|
Iedere Markiesjeseigenaar
wordt vroeg of laat geconfronteerd met het einde van het leven van zijn of
haar Markiesje. Als eigenaar wilt u uw Markiesje graag een lange lijdensweg
besparen en als eigenaar moet u zelf de beslissing nemen wanneer er
ingegrepen moet worden; in veel gevallen betekent dit de beslissing over het
laten inslapen van uw hondje.
Over het algemeen kunt u met
uw dierenarts afspreken om het uitvoeren van de euthanasie op een rustig
tijdstip in de dierenkliniek uit te laten voeren dan wel bij u thuis.
Voor uw Markiesje is het
prettig als u als baas bij het “in laten slapen” aanwezig bent; zeker tot
het moment waarop uw hondje in slaap valt. Ook helpt het bij het verwerken
van het verlies van uw Markiesje als u de zekerheid heeft dat uw hondje
rustig is ingeslapen.
|
|
 |
Uw Markiesje wordt eerst met
een injectie in een roes gebracht; het duurt ca. 10 tot 15 minuten voordat
deze injectie werkt. Is het hondje rustig, dan wordt er een injectie met een
hoge dosis van een zwaar slaapmiddel in de ader van de voorpoot gegeven.
Hierdoor staat het hart meestal binnen enkele seconden tot een paar minuten
stil; uw Markiesje voelt en merkt hier niets van.
Na het overlijden wordt het
hondje in de meeste gevallen vanuit de dierenkliniek weggehaald en naar een
destructiebedrijf gebracht; dit is het wettelijk voorgeschreven afvoer van
alle dode dieren. Het is ook mogelijk om uw Markiesje te laten begraven of
cremeren; er zijn meerdere dierenbegraafplaatsen en dierencrematoria in
Nederland.
Over het algemeen wordt een
overleden hond door het crematorium bij de dierenkliniek of bij u thuis
opgehaald; uiteraard kunt u uw hondje ook zelf brengen. Uw hondje kunt u
collectief laten cremeren - hierbij wordt uw Markiesje met andere dieren
gecremeerd wordt en de assen worden vervolgens gezamenlijk op een
strooiveld of op zee uitgestrooid – of individueel. Bij individueel cremeren
wordt uw hondje alleen gecremeerd en heeft u meer mogelijkheden. De as wordt
opgevangen in een asbus; de as van uw Markiesje kunt u zelf verstrooien of
in een urn mee naar huis nemen of laten bijzetten in een urnentuin. De
kosten van een crematie liggen tussen de 70 en
120 euro.
Het is heel normaal dat de
dood van uw Markiesje gevolgd wordt door een periode van rouw; verdriet
heeft nu eenmaal tijd nodig om verwerkt te worden.
|
|
|
Hotspots |
|
Met name in warme periodes kan
er bij uw Markiesje plotseling een (volledig) kale plek met een doorsnede
tussen de 1 en 10 cm ontstaan (vooral aan weerszijden van de kop en aan het
dijbeen). De huid is oppervlakkig beschadigd en ontstoken en de plek (en de
haren hier omheen) zijn nat; dit is een zogenaamde “hotspot”.
|
|
 |
Een insectenbeet, vlooien of
een kleine verwonding kan het begin van een hotspot zijn; de dichtbehaarde
huid raakt ontstoken en breidt zich uit tot een steeds groter cirkel onder
invloed van warmte en vocht. Rond de kale plek zit een randje ontstoken huid
die wel behaard, maar vochtig is. In veel gevallen maakt de hond het zelf
erger door aan de plek te gaan krabben of likken.
Het
is verstandig om de hotspot door uw dierenarts te laten behandelen; deze zal
de plek tot op de gezonde huid kaal scheren en het ontstoken gedeelte van de
huid reinigen en behandelen met een desinfecterend middel. Hierna moet u
zorgen dat de plek nauwkeurig schoon en droog gehouden wordt en dat uw
Markiesje er niet aan komt.
|
|
|
Insectenbeet |
|
 |
Als uw Markiesje op een
“verkeerde” plaats door een insect gebeten wordt dan kan dit gevaarlijk zijn
voor uw hondje. In ernstige gevallen kan er een zwelling optreden en kan de
hond de volgende symptomen vertonen: rusteloosheid, apathie, braken, diarree
of ademnood; ga in dat geval direct naar uw dierenarts. |
|
|
Keizersnede |
|
 |
Het liefst zien we natuurlijk dat de bevalling
van uw teefje op een natuurlijke manier verloopt, maar helaas is dit niet
altijd het geval en kan het nodig zijn dat uw dierenarts moet ingrijpen door
middel van een keizersnede.
Afhankelijk van het tijdstip dat de
keizersnede uitgevoerd moet worden, kan het zijn dat er geen of te weinig
assistente('s) aanwezig is/zijn; in een dergelijk geval zal u - als fokker /
eigenaar van de teef - "aktief" aanwezig moeten zijn tijdens deze ingreep.
|
|
|
Kennelhoest |
|
Kennelhoest is een keel- en
luchtpijpontsteking met als belangrijkste verschijnsel een droge
schraaphoest met daarbij ophoesten van wat slijm en kokhalzen.
Het kennelhoest virus is erg
besmettelijk en wordt verspreid door deeltjes die bij het hoesten worden
rond gesproeid en door opgegeven slijm. De ziekte komt vooral tot uiting op
plaatsen waar veel honden bij elkaar komen, zoals in een hondenpension, op
het uitlaatveld en het trainingsveld. Om verspreiding te voorkomen moet een
hoestende hond bij andere honden vandaan gehouden worden, maar u moet er ook
rekening mee houden dat de besmetting ook via mensenhanden of kleding kan
plaatsvinden.
|
|
 |
Bij milde hoestklachten,
zonder verdere ziekteverschijnselen, van volwassen honden wordt over het
algemeen een hoestdrankje gegeven, maar bij ergere hoestklachten,
ziekteverschijnselen, jonge of oude honden wordt de luchtwegontsteking vaak
met antibiotica behandeld.
Het is mogelijk om uw
Markiesje door vaccinatie te beschermen tegen kennelhoest. Omdat een
kennelhoestenting de beste continue weerstand biedt als deze ieder half jaar
gegeven wordt, prijzig is en de ziekte slechts bij uitzondering een fataal
verloop kent wordt deze niet standaard aan iedere hond gegeven. De
vaccinatie wordt voornamelijk gegeven als de hond naar een hondenpension
moet.
Er zijn twee soorten vaccins
tegen kennelhoest; een vaccin dat in de neus gedruppeld wordt en zorgt voor
de vorming van antistoffen in neus en keel, en een vaccin dat ingespoten
wordt en bescherming geeft door de vorming van antistoffen in het bloed.
|
|
|
Maagtorsie |
|
Een maagtorsie (een kanteling
van de maag) komt voornamelijk bij grotere hondenrassen voor en, voor zover
bekend, nog niet eerder bij een Markiesje, maar deze aandoening is dusdanig
ernstig dat u de symptomen moet herkennen zodat u deze aandoening kunt
herkennen en direct door de dierenarts kan laten behandelen.
|
|
 |
Een bovenmatige inspanning
vlak na het eten of teveel eten of drinken verhoogt het risico op een
draaiing van de maag wat kan leiden tot het openbarsten van de maagwand met
als gevolg een dodelijk afloop.
Als er sprake is van een
maagtorsie, dan wordt de hond onrustig, probeert hij te braken en gaat hij
kwijlen. De hond heeft erg veel pijn en het lijkt alsof er linksboven
(achter de ribbenboog) een soort van ballon wordt opgeblazen; soms wordt de
hond ook wat slaperig. In de meeste gevallen zal een spoedoperatie nodig
zijn om de hond te redden.
|
|
|
Narcose |
|
Voor een aantal behandelingen
zal uw dierenarts uw Markiesje onder narcose moeten brengen; omdat dit voor
sommige eigenaren beangstigend is volgt hier meer informatie over de twee
“narcose mogelijkheden”.
|
|
 |
sedatie
Hierbij wordt een injectie
toegediend die een kalmerend effect veroorzaakt waardoor de hond
onverschillig wordt voor wat er in zijn omgeving gebeurt. De hond wordt
tevens minder gevoelig voor pijnprikkels en indien nodig kan de dierenarts
door een plaatselijke verdoving voor verdere pijnloosheid zorgen. Na de
behandeling wordt vaak een soort “tegen-injectie” gegeven waardoor de hond
vrijwel direct wakker wordt. Sedatie wordt onder andere toegepast om reuen
te castreren, behandelingen aan het gebit uit te voeren en om
huidgezwelletjes weg te nemen.
volledige narcose
Bij een volledige narcose is
de hond helemaal buiten bewustzijn en kan geen pijn meer voelen.
Hierbij krijgt de hond eerst
een injectie met een kalmerend middel en vervolgens, vlak voor de operatie,
een kortwerkend slaapmiddel in een ader gespoten. Via een buisje in de
luchtpijp wordt de hond door het inademen van zuurstof met narcosegassen
voor zolang het nodig is in slaap gehouden.
Voor een narcose of een
sedatie mag uw Markiesje niet eten omdat de hond tijdens de narcose kan gaan
braken en het risico bestaat dat braaksel in de luchtpijp terecht komt.
Na de narcose of een (diep)
sedatie is uw Markiesje door het spierverslappende effect nog erg wankel of
zelfs niet in staat om te lopen; deze spierzwakte zal in de komende uren
verdwijnen. Over het algemeen is het beter om de hond op de dag van de
ingreep niet te laten eten.
|
|
|
Oogproblemen |
|
 |
Wanneer uw Markiesje last
heeft van vieze ogen, dan kan dit duiden op een oogontsteking. De
slijmvliezen van de ogen zijn dan rood gekleurd en het hondje knijpt met de
ogen. De behandeling zal in de meeste gevallen bestaan uit het toedienen van
oogzalf of oogdruppels. |
|
|
Oorproblemen |
|
Heeft uw Markiesje last van
zijn oren, dan geeft hij dit aan door herhaaldelijk met de kop te schudden
of aan de oren te krabben. Maak nooit de oren van uw Markiesje met een
wattenstaafje schoon; de kans is groot dat u het vuil juist verder neer de
diepte duwt!
Oorklachten kunnen verschillen
oorzaken hebben:
|
|
 |
Oormijt
Oormijt zijn minuscule kleine diertjes die veel jeuk en in de oren
droog, donkerbruine korreltjes (oogt als “koffiedik”) veroorzaken. Een
oormijtinfectie is besmettelijk voor honden onderling, maar ook van kat op
hond of andersom. Oormijt kan met verschillende middelen snel en effectief
behandeld worden.
Oorontsteking
Bij honden gaat het vrijwel altijd om een ontsteking van de uitwendige
gehoorgang (het gedeelte van het oor dat buiten het trommelvlies zit)
waarbij de binnenbekleding van de gehoorgang geïrriteerd, rood en ontstoken
is, en er veel oorsmeer en ontstekingsvocht met een bruine kleur gevormd
wordt.
De oorzaak van een
oorontsteking is vaak onbekend en de behandeling bestaat uit het gedurende
circa tien dagen behandelen met zalf of druppels.
Grasaar in het oor
Plotselinge jeuk en pijn aan een oor kan veroorzaakt worden door een
grasaartje dat in het oor terecht is gekomen; na verwijdering van het
grasaartje zal het oor heel snel genezen.
|
|
|
Patella Luxatie |
|
De patella (knieschijf) ligt
in een gleuf van het dijbeen; is die gleuf ondiep of zit de aanhechting van
de kniepees te ver naar binnen, dan blijft de knieschijf niet op de plek
midden voor het kniegewricht liggen, maar verschuift hij naar de binnen- of
buitenkant van het kniegewricht, dan is er sprake van “patella luxatie”.
Deze aandoening komt vooral voor bij kleinere rassen en is erfelijk. |
|
 |
Honden waarbij de knieschijf
er zo nu en dan afschiet, en de hond een paar passen met een opgetrokken
pootje loopt waarna de knieschijf weer terug schiet en de hond weer normaal
verder kan lopen, én daar weinig last van hebben worden over het algemeen
niet behandeld. Ligt de knieschijf voortdurend van zijn plaats waardoor de
hond zijn achterpoot niet normaal belast of ondervindt de hond veel
overlast, dan is behandeling door middel van een operatie noodzakelijk.
Van geval tot geval zal de
behandeling verschillen; als de gleuf in het dijbeen te ondiep is zal deze
dieper gemaakt worden, als de aanhechting van de kniepees niet juist is
wordt de pees met een botstukje losgemaakt en op de juiste plaats op het
scheenbeen weer vast gezet en door het kapsel strakker te maken aan de
buitenkant van het gewricht en aan de binnenkant ruimer wordt de knieschijf
al beter op zijn plaats gehouden. De behandeling van patella luxatie
verschilt van geval tot geval en is afhankelijk van de ernst van de
aandoening.
|
|
|
Shock |
|
 |
Een shock is het gevolg van
ernstig lestel dat gepaard gaat met zware stress, heftige pijn en/of hevig
bloedverlies. Bij een shock pompt het hart onvoldoende bloed door het
lichaam waardoor weefsels en organen te weinig zuurstof krijgen en kunnen
gaan afsterven wanneer dit te lang duurt. Indien er sprake is van een shock,
dan moet de hond zo snel mogelijk naar de dierenarts gebracht worden voor
behandeling.
Verschijnselen die op een
shock kunnen duiden zijn een gejaagde en oppervlakkige ademhaling, een
zwakke en onregelmatige hartslag, sufheid, een bleke huid (buik en liezen)
en slijmvliezen (ogen en mond), en koude poten en oren. |
|
|
Sterilisatie - teef |
|
Een
sterilisatie heeft soms een
medische reden, zoals bijvoorbeeld baarmoederontstekingen, afwijkingen aan
het bekken, telkens terugkerende schijnzwangerschappen, suikerziekte en
epilepsie, maar over het algemeen
een praktische reden: de loopsheid.
In feite is het niet juist om van een
sterilisatie te spreken aangezien in de meeste gevallen een gesteriliseerde
teef "gecastreerd" is vanwege het in zijn geheel verwijderen van de
baarmoeder en eierstokken. |
|
 |
Over het algemeen zult u uw
teef ’s morgens naar uw dierenarts moeten brengen en dient de hond nuchter te
zijn. Allereerst zal uw dierenarts, o.a. door het luisteren naar het hart,
controleren of uw Markiesje in goede gezondheid verkeert. Ook wordt zij
gewogen omdat naar aanleiding van haar gewicht de hoeveelheid narcosemiddel
bepaald wordt.
Als uw teef onder narcose is
wordt eerst wat vacht weggeschoren waarna dit gebied ontsmet wordt. Hierna wordt een incisie gemaakt
in de buikwand, worden de baarmoeder en eierstokken opgezocht en vervolgens
afgebonden en verwijderd. De incisie wordt hierna met (gedeeltelijk
oplosbare) hechtingen
gesloten die na ongeveer 10 dagen door uw dierenarts verwijderd worden.
De dag van de operatie zal uw
Markiesje nog wat suffig kunnen zijn. U dient er wel op te letten dat uw
teef
niet te vaak aan de wond gaat likken omdat deze anders kan gaan ontsteken of
dat uw Markiesje het “borduurwerk” van uw dierenarts niet zelf gaat
verwijderen. U kunt haar het beste een T-shirtje aantrekken of een kraag dan
wel "moon collar" bij
uw dierenarts ophalen.
Door de sterilisatie veranderd de
stofwisseling van uw teef waardoor deze minder energie verbruikt en u op het
gewicht van uw Markiesje moet letten. Ook kan de sterilisatie de vachtstructuur
van uw hond veranderen waardoor deze moeilijker te onderhouden is (dikker en
krulleriger).
|
|
|
Teken |
|
Als u, als
Markiesjeseigenaar, in een natuurgebied, bos of park wandelt, kunt u te
maken krijgen met teken. Als u voor het eerst een teek op uw Markiesje ziet,
zou u kunnen denken dat het om een klein wratje of gezwelletje gaat. Teken
hechten zich namelijk - via hun zuigsnuit die voorzien is van weerhaakjes -
vast aan uw hond waardoor ze met de huid vergroeid lijken. Zonder hulpmiddel
- in de vorm van een tekentang - zijn teken lastig te verwijderen. |
|

 |
Teken zijn kleine
parasieten (bloedzuigende insecten) die zich schuilhouden in bosjes en hoge
grassen. Op het moment dat een dier of mens passeert, laten ze zich vallen
en klemmen zich aan de huid vast. Vervolgens boren ze hun snuit in de huid
en zuigen ze bloed op. Door het opzuigen van bloed zwelt het lichaam van de
teek langzaam op tot het formaat van een erwt. Een volwassen teek zuigt zich
in circa vijf dagen vol bloed en laat zich dan vallen.
Teken hechten zich het
liefst op zachte plaatsen vast met weinig haar zoals op de kop, de liezen,
de borst en tussen de tenen. Het is verstandig om uw Markiesje én uzelf na
iedere wandeling in de natuur te controleren op teken.
Het verwijderen van teken
is eenvoudig. U dient de teek bij de kop te pakken en deze met een draaiende
beweging uit de huid te trekken. Wel is het belangrijk om de gehele teek te
verwijderen; achterblijvende snuitdelen kunnen na enkele dagen gaan zweren!
Teken kunnen ernstige
ziekten (o.a. Babessiosis en de Lyme-ziekte) overbrengen en ook zorgen voor
huidirritatie en huidontsteking. Zelfs nadat de teek verwijderd is kan de
huid op die plaats
flink opzwellen. Meestal verdwijnt die zwelling vanzelf maar
houd de plek wel in de gaten en ga bij twijfel naar uw dierenarts.
In de meeste gevallen zijn
de middelen die tegen vlooien worden gegeven ook werkzaam tegen teken. Naast
chemische middelen zoals "Frontline" kunnen er ook natuurlijke middelen als
knoflook en tea-tree olie preventief gebruikt worden. |
|
|
Vaccinatie - enting |
|
Om uw Markiesje gezond te
houden is het van groot belang om uw hondje te laten vaccineren (enten) om
zo te beschermen tegen een aantal ernstige ziekten.
Als de moederhond volledig
geënt is, nemen de pups via de moedermelk een groot deel van de antistoffen
tegen diverse ziekten op. Deze antistoffen bieden circa zes weken een
optimale bescherming en daarna begint de immuniteit langzaam af te nemen.
Uw dierenarts kan bij
vaccinatie gebruik maken van twee soorten entstof; tw. “levende” en “dode”.
“Levende” entstof geeft vanaf twaalf weken na de enting een zeer goede
bescherming omdat de entstof zich nog kan vermenigvuldigen in het
hondenlichaam met als gevolg dat het afweersysteem van de hond sterker
geprikkeld wordt. “Dode” entstof kan zich niet meer vermenigvuldigen en zal
altijd gevolgd moeten worden door een tweede enting.
Pups krijgen de eerste enting
tegen hondenziekte en parvo op de leeftijd van zes weken; soms wordt ook al
een zogenaamde “cocktail” toegediend. Op een leeftijd van negen weken volgt
een enting tegen parvo en als uw pup twaalf weken oud is moet u de “grote
cocktail” tegen parvo, hondenziekte, leverziekte, para-influenza en ziekte
van Weil laten toedienen. Een herhaling van parvo en ziekte van Weil vindt
plaats op een leeftijd van zestien weken.
Note: Dit entschema is een
voorbeeld van een veelgebruikt entadvies doch per dierenarts kan het schema
verschillen.
Volwassen Markiesjes (ouder
dan één jaar) moeten regelmatig geënt worden; in het “inentingsboekje” van
uw hondje staat vermeldt wanneer de volgende vaccinatie moet worden gegeven.
Wanneer u met uw Markiesje
naar het buitenland gaat (“rabiës” (hondsdolheid)) of als hij naar een
dierenpension gaat (“kennelhoest”) moet u er rekening mee houden dat in
sommige gevallen bepaalde vaccinaties verplicht gesteld zijn. Het is
raadzaam om ruim van tevoren contact op te nemen met uw eigen dierenarts om
te informeren welke entingen van toepassing zijn.
Ziekten waartegen uw Markiesje
beschermd wordt door middel van vaccinatie:
|
|

 |
-
hondenziekte:
zeer besmettelijke infectie van het maagdarmkanaal en
de luchtwegen met acute verschijnselen van hoge koorts, diarree, ontstoken
ogen, longontsteking en hersenverschijnselen, waarbij de situatie van de
hond in korte tijd verergert en in de meeste gevallen komt te overlijden;
-
leverziekte:
virus dat de lever aantast en in veel gevallen
dodelijk is;
-
parvo:
heftig verlopende virusinfectie met als symptomen
hevig braken en bloederige diarree die vaak een fatale afloop voor de hond
heeft;
-
rabiës
(hondsdolheid):
virus, overgebracht door een beet van een besmet
in het wild levend dier, waarbij de zenuwen en de hersenen geïnfecteerd
worden;
-
kennelhoest:
voor de hond onprettige aandoening van de
luchtwegen die gepaard gaat met een rauwe, harde hoest en kokhalzen waarbij
slijm wordt opgegeven – in de meeste gevallen is deze aandoening
ongevaarlijk;
-
ziekte
van Weil (“leptospirose”):
aandoening met vaak dodelijke afloop die overgebracht wordt via de
urine van besmette ratten in stilstaand water en via de urine van reeds
besmette honden – de belangrijkste symptomen zijn koorts, nierontsteking en
geelzucht.
|
|
|
Vergiftiging |
|
Helaas worden er regelmatig honden per
ongeluk (en soms zelfs ook wel een expres) vergiftigd. Met name pups knagen
en eten vaak aan alles wat los en vast zit. Evenals bij kinderen moet u dan
ook zorgen dat uw Markiesje bij gevaarlijke stoffen uit de buurt blijft.
Schoonmaakmiddelen, medicijnen, bestrijdingsmiddelen zijn beruchte middelen
waarmee uw Markiesje vergiftijd kan worden.
| Ook
chocolade kan heel gevaarlijk zijn voor uw hondje; daar zit
namelijk "Theobromine" in dat als bestanddeel ongevaarlijk is
voor mensen, maar bij hondenkan leiden tot braken, diarree en
stuiptrekkingen. Wanneer een hond na het eten van chocolade zich
inspant kan het hart op hol slaan met mogelijk dodelijk afloop.
Een reep van 200 gram pure chocolade kan voor een hond van circa
25 kilo al dodelijk zijn! |
|
|
 |
Algemene verschijnselen:
- vergiftiging via de
mond:
krampen, diarree, braken, speekselvloed,
algemene slapheid en vertraagde ademhaling
- vergiftiging door
inademing:
hoesten, niezen, kortademigheid,
blauwverkleuring van slijmvliezen en soms zelfs ademstilstand
- vergiftiging na
contact met de huid:
irritatie van de huid,
ogen of slijmvliezen - de huid wordt soms rood en is zelfs al snel
blaarvormig
-
vergiftiging door een insectenbeet:
plaatselijke pijnlijke
zwelling met een snelle invloed op de ademhaling, zenuwstelsel en
bloedsomloop
Neem - indien mogelijk - de verpakking van de
schadelijke stof mee naar uw dierenarts; is dit niet mogelijk, vertel
hem/haar dan zo nauwkeurig mogelijk met wat voor stof uw Markiesje in
aanraking is geweest.
|
|
|
Vlooien |
|
Markiesjes van alle leeftijden
kunnen last van vlooien hebben. Vlooien zijn kleine parasieten die zich met
bloed moeten voeden om zich voort te planten. De larven die uit de
vlooieneitjes komen leven van stof, vlooienontlasting (onverteerd bloed) én
lintwormeitjes. Omdat vlooienlarven lichtschuw zijn, leven ze het liefst in
een warme, iets vochtige omgeving waar ze zich verpoppen tot een cocon
waarin ze wel tot 12 maanden in een soort van ruststadium kunnen verblijven.
De pop komt door trillingen in de omgeving uit, zoals bijvoorbeeld het
langslopen van mens of dier; klaar om op een gastheer – bijvoorbeeld uw
Markiesje – te springen. |
|

|
Vlooien veroorzaken niet
alleen jeuk en huidklachten door een allergische reactie op het speeksel van
de vlooi , maar kunnen ook lintwormen overdragen. Door het alsmaar bijten,
likken en krabben kan een hond zijn huid ernstig beschadigen en het is dus
heel erg belangrijk om vlooien zo snel en zo goed mogelijk te bestrijden;
uiteraard is het beter om preventieve maatregelen te nemen zoals het
stofvrij houden van de omgeving. Vlooienlarven en –poppen zitten
voornamelijk op plaatsen waar u met de stofzuiger moeilijk bij kunt komen
zoals plinten, kieren, naden en in met stof beklede meubelen. Indien u
vloerbedekking heeft is regelmatig stofzuigen, in combinatie met het
behandelen van de hele omgeving met een vlooienbestrijdingsmiddel, dé manier
om uw huis vlovrij te houden. Over het algemeen bevinden vlooien zich niet
op gladde vloerbedekking zoals plavuizen, parket of laminaat. Vergeet ook
niet om af
en toe uw auto te behandelen.
Ook al zijn er op het eerste
gezicht geen vlooien bij uw Markiesje te zien, toch is het aan te raden om
regelmatig uw hondje met een vlooienkam te controleren en eventuele
aanwezige vlooien te verwijderen.
Vlooien zijn met diverse middelen, zoals
vlooienbanden, sprays, poeders, shampoos en druppels voor in de nek,
te bestrijden welke bij uw dierenarts of dierenspeciaalzaak te verkrijgen
zijn, maar ook met een simpel teentje knoflook door het eten.
|
|
|
(Bijt)Wonden |
|
 |
Uw Markiesje kan op diverse
manieren gewond raken; bij eenvoudige wondjes is alleen de opperhuid
beschadigd en bij meer gecompliceerde wonden kunnen pezen, zenuwen en
bloedvaten beschadigd zijn. Bij kleine wondjes kunt u het wondje schoonmaken
en eventueel verbinden; bij grotere verwondingen moet u zo snel mogelijk met
uw Markiesje naar de dierenarts voor behandeling.
Het kan voorkomen dat uw
Markiesje gebeten wordt door een kat, vos of andere “wild” dier. Vanwege het
gevaar op besmetting met hondsdolheid is het raadzaam om zo snel mogelijk
contact op te nemen met uw dierenarts.
|
|
|
Wormen |
|
De meest voorkomende wormsoorten bij de
hond zijn spoelwormen (Toxocara) en lintwormen (Dipylidium).
|
|

|
Spoelwormen
Bij 5 tot
10% van de honden komen spoelwormen in de darmen voor. Spoelwormen leven in
de dunne darm, zijn geelwit tot roze van kleur, rond van vorm en kunnen van
enkele centimeters tot wel achttien centimeter lang worden. De spoelwormen
zijn vrijwel nooit in de ontlasting van uw hond te zien, maar soms wel in
het braaksel en zien er dan uit als "opgerolde elastiekjes". Spoelwormen
produceren veel eitjes die met de ontlasting van de hond worden
uitgescheiden. De eitjes zijn niet zichtbaar met het blote oog en zijn pas
na enkele weken besmettelijk als ze zich tot larven hebben ontwikkeld.
Besmetting kan optreden als uw Markiesje
gegeten heeft van besmette prooidieren of van grond waarin de
spoelwormeitjes aanwezig zijn; een besmetting kan zo ook telkens opnieuw
plaatsvinden. Eenmaal in de darm van de hond komen de larven vrij uit de
eitjes. Bij volwassen honden ontwikkelen de larven zich meestal niet verder
en gaan over in een rusttoestand in weefsels zoals de darm, lever en
long. Bijna alle honden komen in hun leven wel eens een keer in aanraking
met spoelwormeitjes en hebben als gevolg daarvan larven in rustfase in hun
lichaam.
Als teven drachtig zijn, maken de larven een
trektocht naar de baarmoeder en de melkklieren; op deze manier kunnen pups
zich - nog vóór hun geboorte - besmetten in de baarmoeder en via de
moedermelk.
Bij volwassen honden merkt u meestal niets van
een spoelworminfectie; soms is er sprake van wat dunne ontlasting en is uw
Markiesje niet optimaal in conditie. Vooral met spoelwormen besmette pups
groeien slecht; ze blijven mager maar hebben desondanks een "dik" buikje en
kunnen diarree en gasvorming krijgen.
Om spoelwormen te voorkomen is het verstandig
om uw volwassen Markiesje twee maal per jaar te ontwormen.
|
|
 |
Lintwormen
Lintwormen leven in de dunne darm van de hond en kunnen
- afhankelijk van hun soort - één centimeter tot wel enkele meters lang
zijn. Lintwormen zijn wit van kleur, afgeplat van vorm en bestaan uit een
kop en een groot aantal segmentjes die gevuld zijn met eitjes. De kop zit
vast aan de darmwand en als de achterste segmentjes rijpe zijn, laten ze los
en kruipen uit de anus van de hond. Soms zijn lintwormen zichtbaar in de
ontlasting of kleven aan de vacht; als de segmenten indrogen zien ze er uit
als "rijstkorrels".
Over het algemeen zal uw Markiesje niet ziek zijn van
een lintworminfectie. Ontworm uw hondje altijd als u stukjes lintworm ziet,
maak de ligplaatsen goed schoon en bestrijd vlooien bij alle aanwezige
huisdieren en hun omgeving.
|
|
|
Zonnesteek |
|
 |
Bij warm weer kan ook uw
Markiesje bevangen worden door de hitte; laat uw hondje nooit in een slecht
geventileerde auto die in de zon staat en laat hem zich niet teveel
inspannen op een zomerse dag. Zonnesteken zijn te herkennen aan een snelle
en onregelmatige ademhaling, een lichaamstemperatuur van boven de 40 graden
en een glazige en suffige blik.
Als uw hondje bevangen is door
de hitte moet u hem naar een koele en schaduwrijke plek brengen en
onderdompelen in koel water of besproeien. Met namen de dun behaarde
lichaamsdelen zoals buik, liezen en oksels moeten als eerste gekoeld worden.
Als de lichaamstemperatuur gedaald is moet u zo snel mogelijk naar de
dierenarts voor behandeling.
|
|
|